maandag 24 december 2012

Sajet

Als je er voor open staat vind je op de meest onverwachte plaatsen informatie. Dat is ook nu gebeurd. 'Ergens' tijdens het lezen komen we de volgende zin tegen: ...... de truien werden gebreid van sajet in zwart of blauw. Deze sajet werd gemaakt van Texelaar.
Leuk om te weten, misschien kunnen we hier later nog iets mee doen.

Dan zien we via Uitzending gemist een aflevering van De wilde keuken (nog steeds te bekijken). Daarin weet Wouter Klootwijk te vertellen dat de eerste Texelaar (een schaap) ruim 100 jaar geleden werd geboren uit het huwelijk tussen een Engelse ram en een Nederlandse ooi. Dat gebeurde op Texel, vandaar de naam.

Foto: Texelaar

Maar, hoe kan dat dan? De oudst bekende truien zijn van rond 1880 - 1890. En dan moest de trui daarvoor nog worden gebreid en de wol dáárvoor nog worden verwerkt van vacht tot knot of streng. Was de Texelaar er al eerder, of werden niet alle truien van Texelaar gebreid?

maandag 17 december 2012

Paspoort

Inmiddels vinden we een heleboel losse eindjes. Hopelijk kunnen we daar uiteindelijk een mooi verhaal van breien.
Om het beeld te schetsen: verschillende truien komen we in verschillende plaatsen en op verschillende schepen tegen op foto's. Helaas zijn veel foto's van slechte kwaliteit. Watersnoden, inundaties en bombardementen hebben er geen goed aan gedaan.
Mogelijk moeten we ook tot de conclusie komen dat zaken die we decennia voor waar hebben aangenomen toch een beetje anders liggen. Dat vraagt een nieuwe manier van zoeken.

Op deze foto, gemaakt in Lerwick, zijn de jongens waarschijnlijk herkend als Nederlands aan hun klompen:


De vierde jongen in de roeiboot wordt beschreven als 'one other boy'. Immers, zijn klompen of ander schoeisel zijn niet zichtbaar. De foto is gedateerd: midden jaren '20.

maandag 10 december 2012

Redders en geredden

Vooraf:
Op de avond van het samenstellen van dit bericht, 5 december, vindt voor de kust van Zeeland de grootste scheepsramp sinds jaren plaats. Wij hebben allebei een partner die in de maritieme sector werkt. Daardoor raakt dit ons misschien wat meer dan andere mensen.
Deze scheepsramp met de Baltic Ace is voor ons aanleiding geweest onderstaand verhaal wat later te publiceren dan eigenlijk de bedoeling was.



In de beeldbank van de Historische vereniging Arnemuiden valt mijn oog op een zinsnede bij bovenstaande foto: 'De heldhaftige familie Schroevers' en 'schipbreuk met de Doris'.
Veel lezers zullen met de familie Schroevers niet bekend zijn. De bezitters van het boekje 'Nederlandse Visserstruien' kennen de schipbreuk met de Doris echter wel. Van deze foto:




Nu gaat het kriebelen. Klopt het verhaal in het boekje? Hoe ging dat dan? In het kort het verhaal (Wikipedia):

donderdag 6 december 2012

Vissers en schippers

Zoals jullie al hebben kunnen lezen is Zeeland een 'land van overkanten'. De beroepsgroepen met de ultieme vervoersmiddelen in deze waterrijke provincie zijn de vissers en de schippers. Door hun professie zijn zij in de gelegenheid om zich redelijk vlot te verplaatsen. De reikwijdte van hun vaartuigen is groot.
Hierdoor denken wij dat de invloeden van 'buiten' op de Zeeuwse truien en de invloed van de Zeeuwse truien op 'buiten' veel groter is dan tot nu toe wordt gedacht.

In de eerste helft van de 19e eeuw stelt koning Willem I een aantal reglementen vast 'Op het bevisschen der Schelde en de Zeeuwsche stromen'. In de reglementen is vastgelegd hoe, wanneer en wie er bijvoorbeeld 'schelpvisch mag rapen of vangen'. Zo mogen mossels wel worden gevangen met een 'slagrieve', maar niet met een kor (sleepnet). Een 'rieve' is trouwens nog steeds Zeeuws dialect voor 'hark'.
Rond 1870 blijken de banken voor mosselzaad in de zuidelijke nederlanden toch uitgeput. Vanaf dat moment gaan Zeeuwse vissers naar de Waddenzee om daar mosselzaad te vissen.


 
In de beginjaren gaat dat nog onder zeil. Deze tocht over zeearmen en binnenwater is eigenlijk bijna niet te doen zonder motorkracht. Een oplossing wordt dan gevonden in slepers, die een heel zwikje mosselschepen meenemen naar het noorden.
De eerste dag wordt tot halverwege gevaren. Het is, vanwege de tijd die het schutten bij de sluizen vraagt, niet doenlijk om in één keer de Waddenzee te bereiken. Ieder moet bij een sluis op zijn beurt wachten. Wie het eerst komt, die het eerst schut.
Terug naar het zuiden ligt dat anders. Er is dan levende have aan boord. Daardoor hebben de mosselschepen voorrang bij de sluizen. Voor de binnenschippers is dan de wereld te klein. Zij moeten dan beurt overslaan en wachten tot de volgende schutting.(Vissersverhalen, Kees Slager en Paul de Schipper)

Drukte bij de Firma Van Ouwerkerk
aan De Punt in Middelburg






zondag 2 december 2012

Het project “Zeeuwse visserstruien”


In vroeger tijden, toen de Zeeuwse eilanden nog niet door bruggen, tunnels en stormvloedkering met elkaar verbonden waren, was elk eiland een eigen, onafhankelijk levend geheel en kon het contact met de andere eilanden alleen maar plaatsvinden door middel van veerdiensten. Vele plaatsen en namen getuigen hier nog van..


Voor de bewoners van die eilanden was het dan ook een hele onderneming om een reis naar een ander eiland, laat staan het ‘vasteland’ te maken! Het werd zeker wel gedaan, maar vergde veel tijd en redelijk afzien! Het zal dan ook geen verwondering wekken dat de leefwijze en cultuur op de Zeeuwse eilanden jarenlang hetzelfde is gebleven, weinig beïnvloed door invloeden van buitenaf!

Uiteraard had elk eiland ook zijn eigen visserdorp(en). De vissers leefden van voornamelijk de haring- en garnalenvangst, maar ook van de kweek van oesters en mosselen. In tegenstelling tot de eilandbewoners kwamen de vissermannen wel regelmatig in contact kwamen  met de ‘grote wijde wereld’! 


De bekendste Zeeuwse vissersplaatsen waren: Arnemuiden, Yerseke, Tholen, Breskens, Philippine, Cadzand, Veere, Brouwershaven, Graauw en Vlissingen. Nog steeds hebben een aantal van deze plaatsen een eigen vissersvloot. 

woensdag 28 november 2012

Nog een boek

In Nederland is het aanbod aan boeken over visserstruien heel gering. Ruim 25 jaar geleden kwam het boekje 'Nederlandse visserstruien' uit. Daar is het bij gebleven. Een nieuwe, geheel herziene uitgave, wordt verwacht in september of oktober 2013.


Voor breisters die daar niet op willen wachten is er echter een Engelstalig boek beschikbaar van Alice Starmore. Geboren in Stornoway ziet zij de ganseys dagelijks voorbij komen. Alice is ontwerper van beroep. In het boek 'Fishermen's sweaters' beschrijft zij niet alleen verschillende motieven, maar ook verschillende technieken.

De breitechnieken worden niet heel erg uitgebreid besproken. Voor de ervaren breister zal dit echter geen enkel probleem zijn. Iedereen die een sok kan breien met grote én kleine hiel kan de truien uit dit boek maken.

In het boek maakt Alice een denkbeeldige reis. Van Schotland gaat zij naar Engeland, Ierland, Noorwegen, de Farøer, Finland, Bretagne en dan naar de 'nieuwe wereld'.
Daardoor komen er veel verschillende technieken aan bod: patronen in recht en averecht, inbreien, kabels en combinaties van deze technieken.



Verwacht in dit boek geen uitgebreide beschrijving over de geschiedenis van de gansey. Die staat er niet in. Op één pagina wordt heel summier de historie besproken. Als je snel aan de slag wil, of gewoon voor de verzameling, dan is dit boek een aanrader.

woensdag 21 november 2012

Gladys

Het lijkt wel of de Britten beter op hun erfgoed passen dan de Nederlanders. Grote en kleine projecten om de herinnering over te brengen zijn aan de westkant van de Noordzee heel gewoon. Een voorbeeld hiervan is het Moray Firth gansey project. Kijk beslist eens op de website.

Na de Tweede Wereldoorlog verandert het straatbeeld snel. Er wordt hard gewerkt aan de wederopbouw, zowel ten oosten als ten westen van de Noordzee.
Mogelijk is er daardoor niet veel interesse in zaken die als 'gewoon' worden beschouwd. Zeker niet in zaken als 'werkkleding'.


Iemand die daar wel oog voor heeft is de godmother van de gansey: Gladys Thompson. Zij reist begin jaren '50 van de vorige eeuw langs de oostkust van Groot-Brittannië om de visserstruien, of ganseys zoals ze in het Engels heten, te beschrijven.

maandag 12 november 2012

Hoe het begon

Eind jaren '60 van de vorige eeuw spelen twee meisjes samen buiten. Eén van de twee meisjes verhuist en het contact gaat verloren.

In 2012 wordt er volop geblogd. Door een verkeerd gestuurde e-mail vinden de meisjes elkaar terug. Er blijken heel wat paralellen in hun leven. Zo zijn beide meisjes zeer geïntereseerd in textiele werkvormen.
Anna heeft in de jaren '80 het boekje van Henriëtte van der Klift - Tellegen: 'Nederlandse visserstruien' gekocht. Lupineke tikt hetzelfde boekje zo'n 25 jaar later op een rommelmarkt op de kop. Inmiddels is de uitgave een collectors item aan het worden. Ook via internet is het bijna niet meer (tweedehands) verkrijgbaar.


Helaas staan er alleen twee Arnemuidse visserstruien in het boekje van Henriëtte. Er wordt geen enkele andere visserstrui uit de Zeeuwse delta genoemd. Lupineke en Anna kunnen zich niet voorstellen dat er in Zeeland verder niet van dergelijke truien werden gedragen.

Een eerste zoektocht in digitale beeldbanken levert inderdaad een heel ander beeld op. Ook de Zeeuwse vissers droegen zelfgebreide truien. Dat is de start voor de zoektocht naar visserstruien uit de Zeeuwse delta.
Die tocht voert al snel naar de plaats waar de truien zijn geboren: de Britse oostkust.

Foto: Sheringham Preservation Society
 
Nieuwsgierig geworden? Komt dan regelmatig even langs op dit blog. We gaan proberen regelmatig wat te posten.

Voor alle mensen die het boekje 'Nederlandse visserstruien' niet meer hebben kunnen kopen: Heb even geduld.
Het is de bedoeling dat er in september 2013 een nieuwe (andere) uitgave komt met Nederlandse visserstruien. Helaas weten wij nu al dat ook in dit boek de Zeeuwse delta onderbelicht blijft.

Voor nieuws over de Zeeuwen moet je daarom hier zijn ;-)

donderdag 8 november 2012