zaterdag 4 mei 2013

Donker

In de oorlog was het echt pikkedonker. Alles was verduisterd. Maar bang waren we niet. Vader had wel kattenogen. Dan had hij al lang een tonnetje gezien en wist dat we stuurboord of bakboord moesten, nog lang en breed voor wij ook maar iets zagen. Met de verduistering was er geen lichtje op het land en ook niet op het water. Alles was donker en moest donker. Je wilde per slot niet worden beschoten.

Wij hadden het als vissers hier niet zo slecht. In de oorlog konden we gewoon blijven vissen: op de Oosterschelde, het Keeten, Zijpe en 't Mastgat. De vissers op de Westerschelde en bij Rotterdam, die hadden het slecht. Daar lagen nog al eens mijnen en die wil je niet opvissen.

De Duitsers, ach als je zelf gewoon deed deden zij ook gewoon tegen jou. De meeste waren tenslotte ook maar gestuurd. Ze wilden zelf ook liever vandaag dan morgen naar huis.

1944: Molensingel
bron: archief Tholen
Villa Ostrea, in de tuin wordt gekanood
bron: archief Tholen











Jaone: Tegen het einde van de oorlog, februari 1944, kwam de commandant. Dat de sluis bij het stoomgemaal open moest om het water binnen te laten. Jab (de echtgenoot van Jaone) weigerde dat. Hij zei: ‘De mensen die dat kunnen hebt u weggehaald (de tewerkstelling in Duitsland). Wij kunnen het niet.’
Toen kneep ik hem wel even. Maar de commandant is weg gegaan en de sluis bleef toen dicht. Later is het hele eiland alsnog onder water gezet. Heel veel mensen moesten toen evacueren.

Frans is in die periode al weg. Op 18 juni 1943 wordt hij tewerkgesteld in Duitsland. Daar moet hij startbanen maken voor de beruchte V1. Die V1's werden gelanceerd met luchtdruk. Het zijn dezelfde V1's waar Tannetje (en vele anderen met haar) zo bang voor is.
Pas 7 1/2 maand na de bevrijding, op 13 juni 1945, komt Frans terug in Tholen. 

Dit schip is op 25-10-1944 in de Eendracht tot zinken gebracht als versperring
bron; archief Tholen
Tannetje: In de oorlog kon je geen bol sajet en geen klosje garen te pakken krijgen. Oude truien en sokken werden dan uitgerafeld. Alleen de hele korte stukjes gingen weg. Moeder zette de sajet dan in warm water.  In de schutting had ze spijkertjes geslagen en daar werd dan die natte sajet omheen gedraaid. Dat was toch een bestel. Je deed het, dan  was het nog een beetje te verwerken.
In die periode zijn er heel veel visserstruien uitgetrokken. Na de oorlog was sajet niet meer te krijgen. Er werden toen eigenlijk nog weinig nieuwe truien gebreid.

Met dank aan:
- Frans en Tannetje Bout
- Jane Berrevoets

Geen opmerkingen: