Posts tonen met het label damast breien. Alle posts tonen
Posts tonen met het label damast breien. Alle posts tonen

donderdag 16 december 2021

Er was eens 4: Damast breien

In de vorige aflevering noemen we het al even: damast breien. Annemor Sundbø gebruikt de term voor gebreide patronen in rechte en averechte steken. In Nederland vinden we dit begrip alleen op de website van Evelien Verkerk: Nederlands gebreid. We laten verschillende zoekmachines los op het damast breien, maar hoe we ook googelen en duckducken, veel meer dan dat komt er niet boven water.

Uitsnede van  Nattrøje, ca. 1880, het patroon in rechte en averechte steken is duidelijk zichtbaar
Bron: Norsk Folkemuseum - digitaal museum

Gelukkig is Stefanie niet voor één gat te vangen en besluit zij via FB contact op te nemen met Evelien. Die stuurt ons al heel snel een leuke e- mail terug en daarmee komen we verder.

Evelien schrijft:

"Voor zover ik mij herinner heb ik de term 'damast breien' voor het eerst gelezen in beschrijvingen van museumstukken bij musea die ik heb bezocht. Vanaf de 17e eeuw was Nederland fameus voor zijn verfijnd breiwerk waarbij tot begin 19e eeuw motieven vooral werden gebreid in rechte en averechte steken...
... Verder zijn er uit de 17e eeuw mannenjassen bekend in effen zijden damastbreiwerk uit Italië, zie dit artikel (PDF). Bij dit type gebreide mannenjassen wordt ook soms in twee kleuren, met gouddraad zelfs, brokaatweefsel nagebootst en zo werd ook damastweefsel geïmiteerd, wat allebei dure stoffen waren.
In de collectie van het museum in Deventer zit een fragmentje breiwerk met zijde en gouddraad waar ook rechte en averechte blokjes damastbreiwerk te zien zijn, volgens de archeoloog een stukje bisschopshandschoen"

Wat we hierboven lezen komt helemaal overeen met wat we de laatste tijd hebben gezien en gevonden. 
Daarmee kunnen we een tijdlijn gaan maken, een samenvatting van de Nederlandse (Hollandse) geschiedenis waarin we het door ons gezochte en onderzochte breiwerk een plaats gaan geven. Daarbij moeten we niet vergeten dat de Nederlanden in een deel van die geschiedenis groter was dan tegenwoordig. Door de eeuwen heen zijn de grenzen van verschillende landen, waaronder ook die van  Nederland, herhaaldelijk verschoven en verplaatst.

Evelien geeft ook tips over een aantal websites waar we verder kunnen lezen. Eén van de links leidt ons naar mitaines, mofjes en wantjes (waarover later meer) en via dezelfde website maar dan een andere link belanden we bij het boekwerk Praktische handleiding voor onderwijzeressen der aanvangs- of kinderscholen en die der vrouwelijke handwerken voor jeugdige meisjes van Alberdina Woldendorp. 
Dit is een dame die niet voor één gat is te vangen en die weet waar ze voor staat. In haar boek uit 1827 geeft zij aan dat 'Ofschoon holbreiden thans weinig meer in smaak is, blijft deze kunst evenwel toch zeer belangrijk in het vak van vrouwelijke handwerken' (p. 150).  Het 'holbreiden' (of ajour breien zoals we het nu noemen) komt uitgebreid aan bod in Het BeddenGoed van tante Zoet. Is dit een gevalletje 'toeval bestaat niet'? We wijden graag in een andere blogpost meer aandacht aan Alberdina.  


En daarmee gaan we ook terug in de tijd op dit blog. Al in 2013 vertellen we over Brouwershaven, over de truien die we daar vinden, onze vraagtekens daarbij en over het feit dat 'Brouw' in de 16e eeuw een doorvoerhaven was voor zout naar de Oostzee.

In hetzelfde jaar schrijven we een blogpost over haring en oorlog. Ook toen speelde de gedachte al dat gebeurtenissen in de geschiedenis van invloed zijn geweest op de verspreiding van visserstruien. Nu weten we dat dat inderdaad klopt, het lijkt er zelfs op dat het niet alleen geldt voor visserstruien, maar misschien ook over verschillend breiwerk van ons project 'Het GeriefGoed van tante Zoet'.

Volgende keer nemen we jullie daarom mee terug in geschiedenis: naar de moedernegotie, naar verschillende oorlogen en naar de tijd van Napoleon Bonaparte.

Wordt vervolgd...

donderdag 9 december 2021

Er was eens 3: De wijze van schrijven

Nattrøyer/ trøjer/ thrøyge/ thøie... het is niet zo gek dat we jaren geleden het spoor bijster raakten. Annemor noemt in haar boek 'Koftearven' zo'n tien verschillende schrijfwijzes waarvan 'truie' nog het meest op het hedendaagse Nederlandse woord 'trui' lijkt. Het ligt dus gelukkig niet helemaal aan ons dat we in eerste instantie niets vonden.

Het interessante is dat hóe iets wordt genoemd of geschreven de verwantschap tussen dingen mede kan aantonen. Dat blijkt ook als we verder lezen in het boek. De eerste 'algemene' Noorse truien werden  tryja, færøysk troggja (truien van de Faeröer), estisk troi (uit Estland) en hollandsk truien genoemd. Dat laatste hoeven we vast niet te vertalen.
We besluiten dat het spoor van de nattrøyer interessant genoeg is om het verder te volgen en we kruipen op de bank met een kop thee binnen handbereik en ons neus in het boek.

Tarjei Bjugsson Sagnskar
(foto uit genealogie album Gunnar Thune Drengsson)

We lezen en lezen... en vinden de foto hierboven. Deze man, Tarjei, is duidelijk al wat ouder en draagt een wat wij nu 'Noorse' trui noemen. De datum van de foto is onbekend, maar die is zeker van vóór 1896, omdat Tarjei toen overleed. Opmerkelijk en leuk is dat Tarjei de tweelingbroer is van Arne die op de tekening verderop staat, dat past in dit verhaal, twee 'schrijfwijzes' van hetzelfde genetische materiaal...

De nattrøyer waar het allemaal mee begon waren - zoals we in het vorige verhaal schreven - gebreid van zijde op hele dunne naalden. Ze waren rijkelijk versierd met borduurwerk wat er naderhand op werd aangebracht, maar hadden ook patronen in rechte en averechte steken.

Met de rechte en averechte steken komen we terug op de verwantschap tussen woorden, hoe iets wordt genoemd en wat dat dan betekent. Wat het dan weer ingewikkeld maakt is dat woorden nú een heel andere betekenis kunnen hebben dan woorden tóen. De term 'nachttrui' wil namelijk helemaal niet zeggen dat dit kledingstuk (alleen) 's nachts werd gedragen. In dit geval geeft het ook iets aan in de richting van 'thuis gedragen in de informele sfeer'. Denk hierbij bijvoorbeeld ook aan de woorden 'kamerjas', 'ochtendjas', 'badjas' en 'huispak'.
Het resultaat van het breien met zijde in rechte en averechte steken lijkt veel op geweven damast, de weeftechniek die in eerste instantie ook met zijde werd gedaan. Daaruit is de term 'damast breien' ontstaan in het Noors. De enige die we kunnen vinden in Nederland en de techniek zo noemt is Evelien Verkerk op haar blog 'Nederlands gebreid'. (Daarover later meer.)

Het zal jullie niet verrassen dat de ingebreide motieven niet alleen 'voor het mooi' waren. Ze moesten de drager of draagster (truien werden door mannen én vrouwen gedragen) beschermen tegen het kwade.
De zijden nachttruien werden gebreid in één kleur - we zien vooral rood en blauw - maar de erop geborduurde motieven hebben andere opvallende kleuren. 
Hoe uit de éénkleurige breisels de meerkleurige Noorse truien zijn ontstaan is niet duidelijk. Men weet alleen zeker dat ze vanaf het midden van de 19e eeuw in Noorwegen voorkomen. Daarmee verlaten wij het spoor naar de Noorse, meerkleurige truien en gaan we verder met het spoor van de 'monochrome' truien in rechte en averechte steken.

In 1848 wordt Arne Bjugsson Sagneskar geportretteerd door Adolph Tideman. We vinden de afbeelding onder andere terug in het genealogische album van Gunnar Thune Drengsson.


Op deze tekening is Arne te zien in een gebreide trui. Aan de ene kant is de vraag of de motieven gebreid zijn in rechte en averechte steken of dat die is gebreid in verschillende kleuren. Aan de andere kant is dat misschien niet eens zo interessant. Want: als de trui in rechte en averechte steken is gebreid lijkt dit verdacht veel op de bij ons zo bekende visserstrui. Maar: als de trui is gebreid in meer kleuren zou dit zo maar 'een andere schrijfwijze voor hetzelfde woord' kunnen zijn en lijkt die verdacht veel op de bij ons zo bekende visserstrui.

Wordt vervolgd...